Verordening (EU) 2023/2854 · artikel 3 ·Van toepassing sinds 12 september 2025

Wat u de gebruiker vóór de overeenkomst moet meedelen

Artikel 3, lid 2, van de Dataverordening somt vier zaken op die een verkoper, verhuurder of leasegever de gebruiker vóór een overeenkomst over een verbonden product moet verstrekken, en artikel 3, lid 3, somt er negen op voor een gerelateerde dienst. Beide zeggen dat de informatie duidelijk en begrijpelijk wordt verstrekt, en beide beginnen met „ten minste“ — de lijst is dus een ondergrens, geen bovengrens. Dit gratis hulpmiddel stelt die dertien punten samen in elk van de 22 talen, in de bewoordingen van de verordening zelf. Het beslist niet wat uw product genereert of wie de gegevens houdt.

Welke verplichting

Wie de informatie verstrekt

Wat artikel 3 vereist

Beide leden zeggen „ten minste“ de volgende informatie. Alles hier is verplicht; niets hier is uitputtend. Als uw product of dienst iets genereert wat een gebruiker zou moeten weten en wat niet op deze lijst staat, verontschuldigt artikel 3 het weglaten niet.

het type, formaat en geraamde volume productgegevens die het verbonden product kan genereren;

of het verbonden product in staat is continu en in realtime gegevens te genereren;

of het verbonden product in staat is gegevens op het apparaat of op een server op afstand op te slaan, indien van toepassing met inbegrip van de beoogde bewaringstermijn;

hoe de gebruiker de gegevens kan raadplegen, opvragen of, in voorkomend geval, wissen, met inbegrip van de technische middelen om dit te doen, alsmede de gebruiksvoorwaarden en de kwaliteit van de dienstverlening daarvan.

de aard, het geraamde volume en de frequentie van verzameling van productgegevens die de potentiële gegevenshouder geacht wordt te verkrijgen en, in voorkomend geval, de regelingen voor de gebruiker om toegang te krijgen tot die gegevens of deze op te vragen, met inbegrip van de regelingen van de potentiële gegevenshouder inzake gegevensopslag en de duur van de bewaring;

de aard en het geraamde volume van de te genereren gegevens van een gerelateerde dienst, alsmede de regelingen voor de gebruiker om toegang te krijgen tot die gegevens of deze op te vragen, met inbegrip van de regelingen van de potentiële gegevenshouder inzake gegevensopslag en de duur van de bewaring;

of de potentiële gegevenshouder verwacht eenvoudig beschikbare gegevens zelf te gebruiken en de doeleinden waarvoor die gegevens zullen worden gebruikt, en of hij al dan niet voornemens is een of meer derden toe te staan de gegevens te gebruiken voor met de gebruiker overeengekomen doeleinden;

de identiteit van de potentiële gegevenshouder, zoals zijn handelsnaam en het geografische adres waar hij is gevestigd en, in voorkomend geval, van andere gegevensverwerkende partijen;

de communicatiemiddelen die de gebruiker in staat stellen snel contact op te nemen met de potentiële gegevenshouder en efficiënt met hem te communiceren;

de manier waarop de gebruiker kan verzoeken om de gegevens te delen met een derde en, in voorkomend geval, het delen van gegevens kan stopzetten;

het recht van de gebruiker om bij de op grond van artikel 37 aangewezen bevoegde autoriteit klacht in te dienen over een vermeende inbreuk op de bepalingen van dit hoofdstuk;

de vraag of een potentiële gegevenshouder de houder is van bedrijfsgeheimen die vervat zijn in de gegevens die toegankelijk zijn via het verbonden product of die worden gegenereerd tijdens de verlening van een gerelateerde dienst, en, wanneer de potentiële gegevenshouder niet de houder van de bedrijfsgeheimen is, de identiteit van de houder van het bedrijfsgeheim;

de duur van de overeenkomst tussen de gebruiker en de potentiële gegevenshouder, alsmede de regelingen voor het beëindigen van deze overeenkomst.

De informatie

Artikel 3 schrijft voor WAT gezegd moet worden, niet hoe. Er is geen model, geen bijlage en geen voorgeschreven opmaak — anders dan bij een conformiteitsverklaring, die er wel een heeft. Wat het artikel vastlegt is de inhoud: deze punten, duidelijk en begrijpelijk, vóór het sluiten van de overeenkomst. Waar ze staan is aan u — een productpagina, een specificatieblad, een bijlage bij uw voorwaarden, een stap in het bestelproces. Dit hulpmiddel levert de inhoud. De vorm is die van de verkoper.

Dit is precontractuele informatie, geen contractueel beding. Artikel 3 regelt wat de gebruiker vóór het sluiten van de overeenkomst moet worden meegedeeld; het stelt de overeenkomst niet op, en het opnemen van deze tekst in uw voorwaarden maakt hem op zichzelf niet contractueel. De rechten die het beschrijft — toegang, opvragen, wissen, delen met een derde, klacht — bestaan op grond van de verordening, of uw overeenkomst ze nu herhaalt of niet. Dit hulpmiddel produceert de informatie die artikel 3 vereist. Het produceert geen overeenkomst en is daarover geen juridisch advies.